06 - 123 90 746 info@handicapnationaal.nl
Dinsdag, 13. Augustus 2019

Bron: Redactioneel/RadboudUMC.

Het onderzoek van Koen Haak en Christian Beckmann van het Donders Instituut en Radboudumc in Nijmegen verscheen in Nature Communications.

De visuele schors bestaat uit tientallen verschillende kernen, die allemaal een eigen functie hebben. Zo’n functie is bijvoorbeeld het verwerken van kleur, beweging of het bestaan van verticale lijnen in de visuele informatie die de ogen opvangen. Al die kernen geven informatie op een hiërarchische manier aan elkaar door, waardoor uiteindelijk een compleet en nuttig beeld ontstaat van wat wij voor ons zien. De onderzoekers gebruikten allereerst een eerder ontwikkelde methode om de visuele kernen op een hiërarchische schaal te plaatsen: lager in de hiërarchie zit dan de grovere, meer basale informatieverwerking, en hoger op de meer ingewikkelde, zoals objectherkenning.

De plasticiteit van visuele kernen.

Nu kunnen die visuele kernen zich ook aanpassen aan veranderende omstandigheden: dit heet plasticiteit. Dit aanpassingsvermogen is een goede eigenschap, want zo kunnen we onder verschillende omstandigheden goed blijven zien. Toch werd lang gedacht dat visuele kernen lager in de hiërarchie minder plasticiteit zouden bezitten. De verklaring hiervoor zou zijn dat een aanpassing in zo’n lagere kern overgenomen zou moeten worden door alle kernen die er op volgen – die dan die aangepaste informatie gebruiken in hun eigen verwerking. Dat is een flinke investering, die dus vaker vermeden zou worden. Maar uit de resultaten blijkt dat dat verband niet zo eenvoudig is: lagere kernen blijken meer plasticiteit te vertonen dan je op basis van deze theorie mag verwachten.

Langzame en snelle plasticiteit.

De plasticiteit van de kernen in de visuele schors lijkt daarmee het resultaat van twee factoren: enerzijds het langzame leren, dat hoge hiërarchische kernen veel laten zien. Dit is de aanpassing die veel energie vraagt, en die inderdaad minder vaak voorkomt bij lagere kernen. Maar die lagere kernen kennen hun eigen, kortdurende plasticiteit. Denk aan het wennen van je ogen aan donkere ruimtes, of de befaamde ‘waterval-illusie’: als je lang naar een – naar beneden vallende – waterval kijkt, en vervolgens je ogen op iets anders richt, dan lijkt wat je ziet ineens omhoog te bewegen. Het feit dat je die vreemde gewaarwording hebt is een teken dat de lagere kernen zich kortdurend hebben aangepast aan de waterval om die beter te kunnen waarnemen, maar dat niet alle hiërarchische lagen erna die energievretende aanpassing hebben overgenomen.

Rol van plasticiteit in de behandeling van oogziekten.

Het inzicht dat er verschillende vormen van plasticiteit zijn die op een andere manier over de visuele hiërarchie verdeeld zijn heeft belangrijke implicaties. Het vertelt ons bijvoorbeeld welke hersengebieden de meeste potentie hebben om zich aan te passen aan een chronische oogziekte. Die informatie kan worden gebruikt om meer gerichte behandelingsmethodes en rehabilitatiestrategieën te ontwikkelen voor patiënten met aandoeningen aan het zicht.

► Onderzoek naar de visuele hersenschors:

Meer nieuws vandaag:

Updates afgelopen week:

Goedenacht

HN heeft de ANBI-status:

IBAN: NL09RABO0158802764

[Kijk hier voor alle mogelijkheden]

HN-nieuwsbrief juni 2019

Handicap Nationaal

Otto Copesstraat 83

5213 GK 's-Hertogenbosch

Telefoon: 06 - 123 90 746

Fax: 073 - 850 81 88

E-mail: info@handicapnationaal.nl

IBAN: NL09RABO0158802764

KvK Nummer: 51372266

RSIN Nummer: 823247521

GeefGratis Nummer: 5105

website security

Onze website maakt gebruik van cookies: Wij plaatsen cookies om het gebruik van de website te analyseren en om het mogelijk te maken inhoud via social media te delen. De website maakt ook gebruik van functies van derden die mogelijk cookies kunnen plaatsen. Door op [OK] te klikken of gebruik te blijven maken van de site stemt u in met het plaatsen hiervan. In onze disclaimer/privacybeleid leest u hier meer over.