06 - 123 90 746 Otto Copesstraat 83, 5213 GK 's-Hertogenbosch
Donderdag, 18. Juli 2019

Rapport naar aanleiding van het onderzoek onder geleidehondgebruikers 2018/2019.

Bron: Redactioneel/Oogvereniging.

Sinds 2017 wordt in Europa gewerkt aan de ontwikkeling van een Europese norm voor Assistentiehonden. In Nederland zijn ruim 20 organisaties bij die ontwikkeling betrokken, vooral hondenscholen en opleidingsinstituten. Vanuit de themagroep Geleidehondgebruikers participeert de Oogvereniging als een van de weinige gebruikersorganisaties in dit proces. Het spreekt vanzelf dat geleidehondgebruikers groot belang hebben bij de inhoud en de totstandkoming van een Europese norm voor assistentiehonden. De norm zal in veel landen de basis worden voor de financiering van de hond, voor reisfaciliteiten, toegang tot openbare gebouwen etc. Op deze pagina leest u het rapport van de Werkgroep Ontwikkeling Europese Norm Assistentiehonden.

Opsteller: L.F. Meijer, namens de Werkgroep Ontwikkeling Europese Norm Assistentiehonden

Om de inbreng van de Oogvereniging in het normeringsproces goed te onderbouwen heeft de werkgroep Ontwikkeling Europese Norm Assistentiehonden een enquête gehouden onder geleidehondgebruikers. Deze zijn in eerste instantie via de tweewekelijkse nieuwsbrief van de Oogvereniging benaderd. Later is ook aan de geleidehondenscholen gevraagd hun cliënten op de enquête te attenderen. In derde instantie is er ook nog publiciteit gezocht via het tijdschrift Moet je Horen en de dienstverleners Bartiméus Sonneheerdt en Koninklijke Visio. Met deze laatste actie werd vooral beoogd nog enige respondenten in de leeftijdscategorie tot 30 jaar te werven.

Voor het onderzoek is de online-faciliteit van de Oogvereniging gebruikt. De eerste openstelling van de vragenlijst was van 17 december 2018 tot 14 januari 2019; de tweede van 28 maart tot 20 mei 2019. We hebben van 125 respondenten gegevens kunnen verwerken. Niet alle 125 invullers hebben echter ook alle vragen beantwoord. Het aantal invullers was zelden lager dan 120. De onderzoeksgegevens zijn verwerkt door de werkgroep Ontwikkeling Europese Norm Assistentiehonden. Een bestand met tabellen waarin de gedetailleerde gegevens zijn opgenomen, is opvraagbaar bij het bureau van de Oogvereniging. Waar in dit rapport de mannelijke persoonsvorm voor geleidehondgebruiker wordt gebezigd, wordt evengoed de geleidehondgebruikster bedoeld.

Conclusies.

De geleidehondgebruiker is veelal een actief mens. Hij voelt zich in de regel erg verantwoordelijk voor zijn hond. De band met de school van zijn hond is hecht. Overstappen naar een andere school doet hij niet gemakkelijk. Het feit dat relatief veel gebruikers niet bekend zijn met of beschikken over door de school vastgelegde cliëntinformatie, doet vermoeden dat de gebruiker vertrouwen heeft in de school en er geen behoefte aan heeft te controleren wat de school over hem heeft vastgelegd. In een dergelijke situatie is het van belang dat je er als gebruiker op kunt vertrouwen dat de school kritisch naar zichzelf kijkt.

De uitkomsten van het onderzoek wijzen vooral in de richting van bevordering van de deskundigheid van de gebruikers als taak van de school, verbetering van de vastlegging en uitwisseling van relevante informatie en uitbreiding van de mogelijkheid om maatwerk te leveren op het gebied van training. Een aandachtspunt lijkt ons het in beeld krijgen van de wensen van de gebruikers wat aard of ras van hond betreft.

Uitkomsten van het onderzoek:

1. Leeftijdsopbouw:

Geleidehondgebruikers jonger dan 18 jaar komen onder de respondenten niet voor.

Slechts 9,5% van de respondenten behoort tot de leeftijdscategorie van 18 tot 30 jaar.

Een iets lager percentage (8%) valt in de leeftijdscategorie van 70 jaar en ouder.

De leeftijdsgroepen van 30 tot 50 jaar en van 50 tot 70 jaar omvatten circa 38% resp. 45% van de respondenten.

Het lage percentage in de leeftijdsgroep van 18 tot 30 jaar heeft vermoedelijk te maken met het feit dat het merendeel van de mensen die blind of slechtziend zijn pas op volwassen leeftijd met hun visuele beperking te maken heeft gekregen.

2. Rangorde hond:

Circa 60% van de respondenten werkt met zijn eerste of tweede hond. Deze gebruikers komen in alle leeftijdscategorieën voor.

Circa 15% werkt met zijn vijfde, zesde, zevende, achtste of negende hond.

3. Activiteiten:

Wat men zoal aan activiteiten met de hond onderneemt is het afleggen van bezoek aan familie/vrienden/kennissen (vrijwel door iedereen), het naar zijn werk gaan (70%), sporten (51%) en concert/theaterbezoek (46%). Het volgen van onderwijs wordt niet vaak genoemd (14%). De restgroep ‘andere bezigheden’ is door 81% van de respondenten aangekruist. We proberen hierover meer te weten te komen via de groep respondenten die we nader mogen bevragen.

Wat de activiteiten van de baas voor de hond betekenen, blijkt uit het volgende overzichtje: mee in het openbaar vervoer of de deeltaxi: 92%, in grote verkeersdrukte werken: 84%, op afstand af blijven liggen: 45%, mee hardlopen: 9%.

In de restgroep (20%) wordt wandelsport het vaakst genoemd.

4. Schoolverandering:

Van de respondenten met hun tweede of volgende hond is 41% weleens van school veranderd. Als redenen worden aangegeven: de verdwijning van de oude school (het vaakst genoemd) geen goede match voorhanden, conflict met oude school, onvrede over begeleiding door oude school.

Van ruim 95% van alle respondenten hebben we antwoord gekregen op de vraag waarom ze juist voor de school van de huidige hond hebben gekozen.

De argumenten die zijn genoemd zijn: rasvoorkeur, omvang van de school, de vormgeving van de training en de eerdere positieve ervaringen van henzelf of van anderen.

De antwoorden laten zien dat het belangrijk is dat er een gevarieerd aanbod is van scholen, zowel qua omvang als qua hondenrasaanbod en wijze van trainen en begeleiden van het team hond-gebruiker.

5. Kennis omtrent de hond in het algemeen:

Van de respondenten is 94% van oordeel dat de school een taak heeft om de gebruiker kennis bij te brengen over de hond in het algemeen. De scholen lijken deze taak ook te vervullen, zij het op verschillende manieren. In de regel wordt kennis overgedragen via de training met de hond en via een helpdesk. Ongeveer 45% geeft aan dat de school theorielessen en lectuur heeft aangeboden.

Van de respondenten die zeggen dat de school educatie verzorgt, geeft 82% aan dat ze het aanbod voldoende vindt; 5% heeft er geen mening over.

Gevraagd naar hun wensen, worden alle bestaande vormen veelvuldig genoemd. E-learning vormt geen uitzondering. Lotgenotencontact wordt ook enige malen genoemd.

We denken dat toegewerkt moet worden naar een gevarieerd aanbod van leerstof, beschikbaar in meerdere leesvormen. Bekeken moet worden of gebruikers met een niet-Nederlandse afkomst aan de benodigde informatie kunnen komen.

6. Intake over werkaanbod:

Met vrijwel alle respondenten is vooraf besproken waarvoor de hond zou worden gebruikt. In 63% van de gevallen is dit ook schriftelijk vastgelegd. In 69% van de gevallen is na afloop van de training op vaardigheden getoetst.

Dit lijkt ons een punt van aandacht. Vanuit een oogpunt van transparantie zal de gebruiker moeten beschikken over wat is vastgelegd over het beoogde gebruik van de hond. We achten het logisch dat aan het eind van de teamtraining, dus voorafgaande aan de aflevering van de hond, de vaardigheden van het team worden beoordeeld. Ook dit oordeel zal schriftelijk moeten worden vastgelegd en aan de gebruiker moeten worden uitgereikt, uiteraard in de door hem gewenste leesvorm.

We hebben gevraagd wat volgens de respondenten de consequentie zou moeten zijn van een ongunstig oordeel aan het eind van de teamtraining.

Van de respondenten is 88% voorstander van verlenging van de trainingsperiode. De opties ‘de hond niet overdragen’ en ‘de eisen verminderen’ zijn veel minder vaak aangekruist.

Wij gaan ervan uit dat de aankruisers van ‘de hond niet overdragen’ deze keuze pas verantwoord vinden, als een redelijke verlenging van de trainingsperiode onvoldoende heeft uitgehaald.

7. Training met nieuwe hond:

Om over en weer aan elkaar te wennen wordt een nieuwe hond niet afgeleverd zonder instructie van het beoogde team. Voor degene die voor het eerst met een geleidehond gaat werken is dit dubbel van belang. De vraag is waar die training plaatsvindt: op school, in de thuissituatie, beide?

We hebben een paar modaliteiten voorgelegd.

Instructie alleen in de thuissituatie blijkt het hoogst te scoren (66%). Dan volgt de combinatie thuis en op school met overnachting (21%). Deze combinatie maar zonder overnachting op school is door 6% aangekruist. De overige 7% wenst meer vraagsturing.

Wat de scholen zelf op dit gebied verkiezen, kan voor de geleidehondgebruiker van invloed zijn op de schoolkeuze.

8. Vertrouwensband met school:

Bespreekt men met de school problemen die men met de hond ervaart?

Vrijwel alle respondenten doen dit. Er zal aan gewerkt moeten worden dat het ook voor de overige gebruikers vanzelfsprekend wordt.

9. Klachten:

Alle scholen hebben een klachtenprocedure. Weten de gebruikers dit?

51% Van de respondenten herinnert zich hierover door de school te zijn geïnformeerd. 26% heeft hier niets over gehoord; de overige 23% weet het niet meer.

Tot voor kort had de themagroep Geleidehondgebruikers van de Oogvereniging een bemiddelingscommissie waarop men bij problemen met een school een beroep kon doen. Was dit bij de respondenten bekend?

Van de respondenten was 55% hiervan op de hoogte.

Dat de bekendheid met het bestaan van de klachtenprocedure en/of de bemiddelingscommissie niet algemeen genoemd kan worden, kan meerdere oorzaken hebben. Het kan zijn dat de voorlichting tekortschiet. Het is ook mogelijk dat men zich de informatie niet heeft eigen gemaakt omdat zich nog geen situatie heeft voorgedaan waarin die informatie relevant werd.

10. Losloopgelegenheid:

De meeste respondenten hebben de gelegenheid hun hond zelf in de buurt te laten loslopen (95%). Ruim een kwart van hen (27%) ervaart daarbij beperkingen. 5% Mist een zodanige gelegenheid.

Wij bevelen de scholen aan bij het stellen van eisen begrip te hebben voor de praktische mogelijkheden van de gebruiker.

11. Opvang hond bij bijvoorbeeld ziekte:

Wie neemt de verzorging van de hond van de gebruiker over als de baas ziek is of zonder hond op reis gaat? Uit de antwoorden maken we op dat één op de zes respondenten bedoeld probleem nog niet heeft ervaren en dat de overige respondenten dikwijls een oplossing thuis of bij familie of bekenden vindt. Er worden geen knelpunten genoemd.

Stelt de school eisen aan de opvang?

55% Heeft aangegeven dat de school eisen stelt aan de opvang; 13% heeft aangekruist dat dit niet het geval was en 31% weet het niet meer. Wie de eisen kent, vindt ze ook redelijk.

Of de school op het gebied van tijdelijke opvang een rol zou moeten vervullen, was de volgende vraag. 62% Van de respondenten verwacht wel hulp op dit gebied; 20% verwacht dat niet en 18% weet het niet. Men verwacht dat de school in noodgevallen wel hulp biedt. Er bestaat echter voorkeur voor opvang in de thuissituatie.

12. Vragen in de privésfeer:

Gevraagd is of de school vragen stelt die te veel in de privésfeer liggen.

90% Vindt dat dit niet het geval is; 5% vindt van wel en de overige 5% weet het niet.

De toelichtingen geven de indruk dat de privévragen worden geaccepteerd omdat men ze in het belang van de hond of het team acht.

13. Hond en huisgenoten of collega’s:

Levert het gedrag van de huisgenoten of collega’s problemen met de geleidehond op?

Van de respondenten heeft met betrekking tot huisgenoten 15% aangegeven dat de vraag niet op hun situatie van toepassing is, waaruit mag worden afgeleid dat zij geen huisgenoten hebben. Van de overblijvende respondenten ondervindt 4% problemen.

Om de problemen te verminderen of te voorkomen geeft men als oplossing aan dat je als gebruiker duidelijker moet zijn over wat wel en niet mag.

Wat collega’s betreft werd de vraag door 71% van de respondenten van toepassing geacht. In deze situaties ervaart 10% problemen. Waar wordt gevraagd naar oplossingsrichtingen wordt ook hier vooral voorlichting aanbevolen. Voorts klinkt het signaal door dat men zo moe wordt van de hardleersheid van ziende collega’s.

We hebben de indruk dat er al veel aan voorlichting wordt gedaan; de hond is trouwens een dankbaar onderwerp voor de media. Het blijft echter zoeken naar de manier waarop je het publiek niet alleen bereikt, maar ook begrip kunt bijbrengen voor de noodzaak terughoudend te zijn tegenover de werkende hond.

14. Sociaal gedrag hond:

11% van de respondenten heeft aangegeven problemen met het sociale gedrag van de hond te ervaren. Iets meer respondenten hebben iets over het sociale gedrag gezegd.

De problemen die het vaakst zijn genoemd zijn te groot enthousiasme jegens mens en/of hond en vijandig gedrag jegens andere honden. Bij de gebruikers bestaat de neiging de problemen op de koop toe te nemen.

15. Inzage in cliëntgegevens:

We hebben gevraagd of de school de gelegenheid biedt de cliëntgegevens in te zien.

12% Zegt dat dit niet het geval is; 26% zegt dat de school dit inderdaad doet en 62% zegt het niet te weten.

Hier valt nog veel te winnen.

16. Communicatie met instructeur:

Vindt men de trainer/instructeur voldoende toegerust voor de communicatie met de geleidehondgebruiker?

93% van de respondenten heeft positief op deze vraag geantwoord; door de rest is nee of geen mening aangekruist (3% resp. 4%).

7% heeft een toelichting gegeven. Deze zijn in meerderheid positief van toon. Een klacht is dat bij problemen de oorzaak al te gemakkelijk bij de gebruiker wordt gezocht.

17. Medische verklaring hond:

Heeft de school voor de aflevering van de hond informatie verstrekt over de laatste medische keuring?

68% heeft bedoelde informatie ontvangen. 22% heeft bedoelde informatie niet verstrekt gekregen; 10% weet het niet meer. Dit is een aandachtspunt waar het gaat om transparantie.

18. Nazorg:

Welke wensen heeft men op het gebied van de nazorg?

De meeste gebruikers zijn tevreden met wat hun school aan nazorg biedt. Van anderen mag het contact met de school wat intensiever zijn; zij vinden één bezoek in de twee jaar te weinig. (Bij andere scholen is eenmaal per jaar eerder regel dan uitzondering.) Een kleine groep geeft de voorkeur aan vraaggestuurde nazorg.

19. Open podium:

Bijna 40% van de respondenten heeft van de gelegenheid gebruikgemaakt om te noteren wat men eerder niet kwijt kon. Dit heeft bruikbare tips opgeleverd. Wij noemen:

1 - Bevorderen dat er voorlichtingsmateriaal in andere talen wordt verspreid om de toegankelijkheid van winkels, restaurants en dergelijke voor geleidehonden te verbeteren.

2 - Bevorderen dat het label ‘hulphond’ niet onterecht wordt gebruikt dan wel dat er een betrouwbaar herkenningsteken voor de geleidehond en andere hulphond komt.

3 - Bevorderen dat het mobiliteitsbelang van de gebruikers zwaarder weegt dan het economisch belang van de school.

4 - Zorgverzekeraars zouden meer moeten kijken naar het belang van een hond voor iemands participatiemogelijkheden in de maatschappij dan naar medische gegevens.

5 - Als je problemen met je hond ervaart, kan dat je eigen zelfvertrouwen en dat van de hond behoorlijk ondermijnen. Dit beseft een school niet altijd.

6 - De positie van de geleidehond in het vliegverkeer verdient meer aandacht.

7 - Laat het team niet te vroeg examen doen.

8 - Er zou duidelijke informatie voorhanden moeten zijn op grond waarvan je een indruk kunt krijgen van de verschillen tussen de verscheidene scholen.

9 - Aandacht voor het team waarbij de gebruiker de eigen hond opleidt.

20. Eventueel nader onderzoek:

Ruim 60% van de respondenten heeft zich bereid verklaard tot het beantwoorden van nadere vragen, mocht dit in het verdere verloop van het normeringsproces wenselijk blijken te zijn.

► Het werk van de geleidehond in vijf disciplines:

Meer nieuws vandaag:

Updates afgelopen week:

Goedemorgen

HN heeft de ANBI-status:

IBAN: NL09RABO0158802764

[Kijk hier voor alle mogelijkheden]

HN-nieuwsbrief juni 2019

Handicap Nationaal

Otto Copesstraat 83

5213 GK 's-Hertogenbosch

Telefoon: 06 - 123 90 746

Fax: 073 - 850 81 88

E-mail: info@handicapnationaal.nl

IBAN: NL09RABO0158802764

KvK Nummer: 51372266

RSIN Nummer: 823247521

GeefGratis Nummer: 5105

website security

Onze website maakt gebruik van cookies: Wij plaatsen cookies om het gebruik van de website te analyseren en om het mogelijk te maken inhoud via social media te delen. De website maakt ook gebruik van functies van derden die mogelijk cookies kunnen plaatsen. Door op [OK] te klikken of gebruik te blijven maken van de site stemt u in met het plaatsen hiervan. In onze disclaimer/privacybeleid leest u hier meer over.