06 - 123 90 746 Otto Copesstraat 83, 5213 GK 's-Hertogenbosch

Woensdag 12 juni 2019

Woensdag, 12. Juni 2019

Als je partner alzheimer heeft, ben je doorlopend afscheid aan het nemen.

Bron: Redactioneel/AD/ANP MediaWatch.

In de roman Voorbij, voorbij schrijft journalist en presentator Clairy Polak (1956) over een echtpaar van wie de man alzheimer krijgt. Polak verloor zelf haar partner aan de ziekte en kijkt terug op dit ‘waanzinnig pijnlijke’ proces.

,,Als je een partner met alzheimer hebt, ben je doorlopend afscheid aan het nemen. Van de persoon die hij ooit was, van de band die verandert. Maar er zijn geen momenten die zo’n afscheid markeren. Het is steeds pas achteraf dat je je realiseert dat er iets verdwenen is waarvan je blijkbaar afscheid hebt moeten nemen. De eerste keer dat iemand je niet meer herkent is verschrikkelijk, maar daarna volgen er momenten dat hij wel weer weet wie je bent. Dat kan een hele tijd doorgaan. Het gebeurt steeds vaker dat hij je niet herkent, maar nog steeds zijn er ook momenten waarop dat wel gebeurt. Het is geen lineair proces; dat maakt het waanzinnig pijnlijk. Verwarrend ook, zowel voor degene met alzheimer als de ander. Samen wordt steeds meer ieder voor zich. Als mantelzorger probeer je het ‘samen’ vast te houden, maar voor degene met alzheimer is het er op gegeven moment niet meer. In die zin is de dood een ander afscheid. Het is het enige moment dat duidelijk afgebakend is. Waarmee ik niet wil zeggen dat het daardoor makkelijker is.’’

Liefde.

,,De liefde blijft natuurlijk. Maar de vorm verandert ingrijpend. Je partner is in geen enkel opzicht meer degene op wie je verliefd bent geworden. Wat ooit een gelijkwaardige liefde was, wordt ongelijkwaardig. Aan een blik genoeg hebben, eindeloos met elkaar over alles kunnen praten, het verdwijnt allemaal. Liefde is je verdiepen in de ander. Degene met alzheimer kan dat niet meer, dus moet de ander dat dubbel doen. Je wordt als het ware een ouder van een kind. Dat maakt de liefde niet minder hevig, maar wel anders van aard. Op vragen als ‘wie is hij nog?’ of ‘wat is er over van de man op wie ik verliefd werd?’ komt geen antwoord. Dat is confronterend. Normaal gesproken is liefde vanzelfsprekend, als ze er eenmaal is. Je hoeft er niet over na te denken. Dat gebeurt op den duur wel als je je afvraagt wat het is waardoor je nog van de ander houdt. Die zoektocht, daar gaat mijn boek ook over.

Ruimte voor een nieuwe liefde? Lang ergerde ik me aan die vraag. Ze veronderstelt dat liefde nodig is om gelukkig te kunnen zijn, dat je geen heel mens bent zonder. Bij mij is die behoefte er gewoon niet. Goede vrienden weten dat. Zij zullen zoiets nooit vragen.’’

Eenzaamheid.

,,Eenzaamheid heeft niets te maken met alleen-zijn. Het begint al eerder, als het gevoel van samenzijn afkalft. Als degene met wie je altijd je gedachten deelde, dat niet meer kan. Eenzaamheid is dat je het niet meer samen doet. Daar ben ik inmiddels aan gewend, dus dat is niet veranderd na zijn overlijden. Ik kwam al alleen thuis, ik werd al alleen wakker, allemaal dingen die in het begin ook confronterend zijn.

Wel is er de leegte: ik mis het om naar hem toe te gaan. Toen ik niet meer voor hem kon zorgen, maar dat nog wel moest doen omdat in het verpleeghuis van mijn keuze nog geen plaats vrij was, dacht ik: als professionals de zorg straks overnemen, zal ik een zekere vrijheid ervaren. Dan hoef ik niet meer vierentwintig uur per dag iedere minuut met hem bezig te zijn. Maar dat viel tegen. Natuurlijk, in praktische zin ben je vrijer. Je hoeft niet meer doorlopend op je horloge te kijken, kunt gaan en staan waar je wilt. Maar emotioneel bleef de vrijheid uit. Nog steeds overheerst de leegte.’’

Schuldgevoel.

,,In de laatste driekwart jaar dat hij thuis was, merkte ik dat ik steeds ongeduldiger werd. Ik kon het niet meer, vierentwintig uur per dag alles uitleggen. Het was vooral onmacht. Daardoor viel ik soms uit, waar ik me achteraf schuldig over voelde. Als je je op een gegeven moment realiseert dat je niet langer thuis voor je partner kunt zorgen, geeft dat een nieuw schuldgevoel.

Tegelijkertijd was er het schuldgevoel dat ik hem misschien te lang had thuisgehouden, waardoor de situatie te gespannen werd. Schuldgevoel is vooral onzekerheid, waarbij je pas achteraf kunt zeggen: het kon niet anders. Je bent doorlopend bezig je te verantwoorden tegenover jezelf. Ik heb hem ook niet gezegd dat ik hem elders onderbracht, dat zou hij toch niet hebben begrepen. Er is een moment dat de waarheid niet meer wordt geloofd of begrepen, dan moet je liegen. Ik denk niet dat ik nog een schuldgevoel heb, ik denk nu dat ik over het algemeen weinig andere keuzes had.’’

Herinneringen.

,,Als je na een huwelijk van dertig jaar merkt dat zijn herinneringen zich steeds verder terugtrekken en dat jij daar steeds minder deel van uitmaakt, is dat ingewikkeld. Ook dat groeit geleidelijk. Liefde is dat de een deel gaat uitmaken van de ander, je wordt een onderdeel van elkaar. Dat deel lijkt te verdwijnen als de herinnering daaraan vervaagt. Natuurlijk is dat pijnlijk: hoe kun je nou niet meer weten dat... ? Ook daaraan moet je wennen. De herinneringen die je zelf hebt, kunnen troostvol zijn. Aan de andere kant loopt er iemand doorheen die aftakelt, wat de herinnering vertroebelt.

Nu pas, na zijn overlijden, is de tijd gekomen de goede herinneringen weer toe te laten. Ze worden niet langer vervormd door het beeld van de aftakeling. Nee, het is nauwelijks een troost dat het langer leuk was dan niet leuk. Bovendien zijn er aan de bijna tien jaar dat het niet leuk was ook goede herinneringen verbonden. Het is niet alleen maar zwart-wit. Zelfs in het verpleeghuis waren er mooie momenten, je moet ze er alleen wel uitpikken.’’

Boekgegevens:

Auteur: Clairy Polak.

Uitgever; J.M. Meulenhoff.

Nederlands Druk: 1 9789029093392 mei 2019 Hardcover 256 pagina's.

ADVIESRPIJS: 19,99

► Hoe is het om te leven met een partner met Alzheimer?

Meer nieuws vandaag:

Afgelopen week:

Goedemiddag

HN heeft de ANBI-status:

IBAN: NL09RABO0158802764

[Kijk hier voor alle mogelijkheden]

HN-nieuwsbrief juni 2019

Handicap Nationaal

Otto Copesstraat 83

5213 GK 's-Hertogenbosch

Telefoon: 06 - 123 90 746

Fax: 073 - 850 81 88

E-mail: info@handicapnationaal.nl

IBAN: NL09RABO0158802764

KvK Nummer: 51372266

RSIN Nummer: 823247521

GeefGratis Nummer: 5105

website security

Onze website maakt gebruik van cookies: Wij plaatsen cookies om het gebruik van de website te analyseren en om het mogelijk te maken inhoud via social media te delen. De website maakt ook gebruik van functies van derden die mogelijk cookies kunnen plaatsen. Door op [OK] te klikken of gebruik te blijven maken van de site stemt u in met het plaatsen hiervan. In onze disclaimer/privacybeleid leest u hier meer over.