6HandicapNieuws

0

Het kabinet heeft het aangepaste voorstel voor de coronawet naar de Tweede Kamer gestuurd. De wet, die eigenlijk op 1 juli had moeten ingaan, moet een juridische basis geven aan coronamaatregelen, zoals het afstand houden van elkaar. Vanwege alle kritiek is er ingrijpend aan de tekst gesleuteld.

De Tweede Kamer zal het voorstel waarschijnlijk na de zomer behandelen. Daarna buigt de Eerste Kamer zich erover. Dat betekent dat de wet op zijn vroegst in het najaar van kracht wordt.

Het oorspronkelijke plan voor de coronawet was zeer omstreden. De overheid zou te veel bevoegdheden krijgen ten koste van de privacy van burgers, en de Tweede Kamer zou te veel op afstand staan. Daarop zijn ingrijpende wijzigingen aangebracht en liep de invoering van de wet vertraging op.

Familiefeestje

De corona-app, waarmee mensen gevolgd en gewaarschuwd kunnen worden, is uit het voorstel geschrapt. Er komt nu een aparte wet voor de app, die nog in ontwikkeling is. Ook de bevoegdheid voor het plaatselijke gezag om bij mensen thuis coronamaatregelen te handhaven, is uit de tekst verdwenen. Critici vonden het veel te ver gaan dat de politie zou kunnen binnenvallen op een familiefeestje in een woonkamer.

Verder is besloten om de noodwet niet voor een jaar te laten gelden, maar voor een half jaar. Daarna kan de Tweede Kamer besluiten om er eventueel nog een half jaar aan vast te plakken.

De coronawet moet de verschillende noodverordeningen vervangen die vanwege de coronauitbraak door burgemeesters in gemeenten zijn afgekondigd. Er staat bijvoorbeeld in dat mensen verplicht zijn om een veilige afstand van anderen te houden (de anderhalvemeterregel wordt niet letterlijk genoemd). Ook kan de overheid op basis van de wet bepaalde evenementen of beroepsuitoefeningen verbieden.

De Raad van State (RvS) heeft ook na de aanpassingen nog kritiek op het nieuwe wetsvoorstel. De adviseurs van de regering zijn blij dat veel van hun bezwaren tegen het eerste concept zijn weggenomen. Maar er zijn volgens hen belangrijke punten overeind gebleven. Zo heeft de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport wat hen betreft nog altijd een te grote rol. Hij blijft bevoegd om in bijzondere gevallen het systeem van noodverordeningen weer in werking te stellen.

Ook vindt de RvS dat sommige begrippen niet duidelijk in het voorstel staan beschreven. Wat wordt er bijvoorbeeld precies onder ‘veilige afstand’ of ‘groepsvorming’ verstaan? Verder heeft de raad er bezwaar tegen dat overtreders van de coronamaatregelen nog altijd een strafblad kunnen krijgen.

“Kamer heeft het nakijken”

Wim Voermans, hoogleraar staatsrecht aan de Universiteit Leiden, waarschuwde in Nieuwsuur dat het parlement in het voorstel weinig te zeggen heeft. “De wet machtigt ministers om in hun eentje ingrijpende maatregelen te nemen, bijvoorbeeld over sluiting van horeca of scholen. Dat is niet zoals we het willen hebben in het land.”

Hij vreest dat de Kamer straks het nakijken heeft. “Een week nadat de minister een regeling naar de Kamer stuurt, gaat de regeling al in werking. De Kamer kan zich er niet meer tegenaan bemoeien.”

Een betere variant vindt Voermans het ‘bekrachtingsstelsel’, waarbij de Kamer voorstellen goedkeurt, zoals de noodtoestand in Frankrijk, Spanje, of Italië. “In die landen gaat het parlement over de duur van de noodtoestand, en kan er ook eind aan maken. In een parlementaire democratie is het belangrijk dat volksvertegenwoordigers het laatste woord hebben.”