Donderdag 29 september 2011

0
bron: Redactioneel/VGN.door: Marlies van der Vloot.VGN-leden Ambiq en Tjallingahiem werken samen met MEE Friesland en Driever’s Dale aan een project om een digitale hulpomgeving te realiseren voor cliënten. Met online hulp kunnen cliënten op elk moment van de dag een beroep doen op hulp. Een snel contact tussen cliënt en hulpverlener kan voorkomen dat problemen erger worden en zwaardere hulp nodig is, zo stellen de vier organisaties. Tegelijkertijd zorgen de mogelijkheden van online hulp voor meer zelfredzaamheid van cliënten.De online hulp bestaat uit achttien modules zoals oefeningen en trainingen. Cliënten kunnen daarmee zo vaak als ze willen zelfstandig aan hun behandeling werken. Op elk moment van de dag kunnen cliënten via mail, chat of met webcam vragen stellen aan hun hulpverlener. Online hulp betekent minder reistijd voor hulpverleners. Hierdoor is sneller en intensiever contact mogelijk met cliënten zonder toename van kosten.

Afgestemd op mensen met een licht verstandelijke beperking.Internet en sociale media worden steeds belangrijker in de samenleving. De vier organisaties vinden het belangrijk dat iedereen de mogelijkheden krijgt hieraan deel te nemen. Met het inzetten van online hulp leren cliënten ermee om te gaan, welke risico’s er aan het gebruik van sociale media zitten en wat je wel en wat beter niet via internet kunt delen.

Meer gebruik van eigen netwerk.

Een ander belangrijk voordeel is dat met de online mogelijkheden het netwerk van de cliënt makkelijker betrokken kan worden. Het is bewezen dat meer betrokkenheid van het eigen netwerk bijdraagt aan het succes van een behandeling. Ook dit leidt tot meer kunnen doen zonder toename van de kosten.

Samenwerking tussen eerste en tweede lijnszorg.

In het project maken alle organisaties gebruik van dezelfde hulpmodules. Hierdoor is sprake van een nauwe en unieke aansluiting tussen MEE Friesland in de eerste lijn en de orthopedagogische behandelcentra in de tweedelijnszorg. Cliënten hebben zelfs de mogelijkheid om tegelijkertijd gebruik te maken van de eerste (lichtere vormen van hulp) en van de tweedelijnszorg (zwaardere vormen van hulp).

Daarnaast kunnen hulpverleners beter dan nu het geval is onderling afstemmen, omdat ze in dezelfde digitale omgeving werken.